Als je onderweg bent, in een omgeving die je niet kent, zijn er altijd mensen die daar een slaatje uit willen slaan. Vandaag geven we ze een koekje van eigen deeg.

In de bus onderweg naar Ping'an
In de bus onderweg naar Ping’an

We gaan van Xingping, 2 uur ten zuiden van Guilin, naar de rijstvelden van Ping’an, 2,5 uur noordelijk van Guilin. Het eerste deel gaat vlot. Al om 8 uur ’s ochtends zitten we in de bus naar Guilin. Om half 11 komen we aan, maar zoals wel vaker gebeurd, op een ander busstation dan wij dachten. De GPS biedt gelukkig uitkomst en we kunnen de malafide taxichauffeurs met belachelijke tarieven makkelijk van ons af slaan. In een half uurtje lopen wij naar het juiste station.

Bij de officiële busstations hoeven wij ons gelukkig geen zorgen te maken en verloopt een ticket kopen zoals dat in Nederland zou verlopen. Rond 11:50 uur zitten wij in de volgende bus naar Longsheng. 20 minuten voor Longsheng worden we op de juiste plek afgezet. Hier moeten we alleen maar op een minibusje wachten die ons naar Ping’an zal brengen.

Bij Ping'an kan je je bagage naar boven laten dragen.
Bij Ping’an kan je je bagage naar boven laten dragen.

Alles loopt dus gesmeerd, tot nu. Zoals overal, staat ook bij deze halte een ‘taxichauffeur’ die ons maar al te graag voor een cheap price naar Ping’an wilt brengen. Vriendelijk bedanken we hem en zeggen dat we de bus nemen, hoe lang we ook volgens hem moeten wachten. Terwijl wij ons settelen langs de weg komt er een bus aanrijden, volgens mijn gevoel is het de juiste. Ik laat hem stoppen, vraag ‘Ping’an?’ ‘Yes yes’ roepen ze. Maar dan roept de taxichauffeur iets, waardoor ze ineens een andere bestemming hebben en rijdt de bus weg voor we iets kunnen doen.

Kwaad en gefrustreerd kijk ik mijn papieren na, waarop mijn vermoeden wordt bevestigd: dat was de juiste bus. Nu moeten we 2 uur wachten. In ieder geval genoeg tijd om de taxichauffeur met een glimlach op mijn gezicht te vertellen dat wij never nooit in zijn bolide zullen stappen en dat we weten wat hij zojuist heeft gedaan. We lopen nog liever. Verslagen druipt hij af.

Je kan jezelf ook nog laten dragen!
Je kan jezelf ook nog laten dragen!

Na 2 uur wachten komt eenzelfde busje aanrijden en plots duikt de taxichauffeur weer op en begint te roepen. Nu zijn we voorbereid en duiken het busje in, wat er ook geroepen wordt, we gaan er niet meer uit. Het ritje kost ons 10 yuan per persoon, wordt ons verteld. Ik geef 20 yuan en opeens kost het 20 yuan per persoon, in plaats van in totaal. Ik schud nee. Je krijgt geen cent meer. Ze kijkt me wat vreemd aan, roept nog een paar keer wat, maar ik blijf nee schudden. Uiteindelijk loopt ze maar weg. (Achteraf horen we dat het ritje normaal 8 yuan per persoon kost. Toch nog 2 yuan per persoon te veel betaald.)

Auto's zie je niet in Ping'an.
Auto’s zie je niet in Ping’an.

Na vijf minuten rijden komen we bij de entree van het natuurgebied aan en komt een vrouw de bus in om tickets te verkopen. ‘Nee hoor, ik koop hier helemaal niks’, zeg ik gelijk. Ik vertrouw op dit moment helemaal niemand meer. ‘Maar je moet hier betalen’ zegt ze, compleet overrompeld. ‘Nee hoor, ik betaal bij de entree waar we uitstappen en niet eerder.’ Ze probeert me nog een paar keer te overtuigen dat we toch echt hier de tickets moeten kopen. Inmiddels kijkt de hele bus mij wat vreemd aan, maar ik weet van geen wijken. Tenslotte druipt ze af, om niet veel later met de manager terug te komen. Gekleed in pak, legt hij ons in perfect Engels uit dat dit de officiële entree is en dat verderop alleen de kaartjes gecontroleerd worden. Je kan daar geen kaartjes meer kopen. Ik heb eindelijk niet meer het gevoel genaaid te worden en vraag wat een kaartje kost. ‘100 yuan per persoon, 40 yuan voor studenten’, zegt de manager. ‘Dan willen wij twee studentenkaartjes graag,’ zeggen we, zwaaiend met de studentenpassen. (Later horen we dat alleen Chinese studenten voor 40 yuan een kaartje kregen en dat buitenlandse studenten altijd 60 yuan moesten betalen. Heeft mijn eigenwijsheid tóch nog wat opgeleverd!)

Halverwege het park stopt het busje. We moeten eruit, gebaren ze. ‘Other bus!’ roepen ze. Ja hoor, weer een andere bus, weer 8 yuan per persoon lichter, maar nu zitten we toch echt in de goede bus. Een kwartier later staan wij bij het dorp waar we verblijven en lopen we het laatste stuk naar boven. Eindelijk. Vanaf Guilin hebben we er in totaal vijf uur over gedaan, maar we hebben het weer gehaald. We zijn in Ping’an!

Nog een klein stukje. Daar boven is het hostel.
Nog een klein stukje. Daar boven is het hostel.

De balans voor ons reiskarma van vandaag:

Ondanks vele pogingen zijn wij voor slechts 2 yuan per persoon opgelicht en hebben wij de Chinezen met onze studentenpas opgelicht voor 60 yuan per persoon.

Conclusie: ondanks al hun moeite, komen wij vandaag als beste oplichters uit de bus. Koekje van eigen deeg!

10 gedachtes op “Koekje van eigen deeg.

  1. Geweldig verhaal, maar wat vermoeiend om steeds te moeten opletten en van je af te moeten slaan, zo opdringerig als ze zijn. Jullie worden er al aardig bedreven in gelukkig

    1. In het begin is het erg vermoeiend, maar je raakt er aardig aan gewend. Als je eenmaal op een plekje bent en de boel een klein beetje kent, dan valt het allemaal weer heel erg mee.

Laat ons weten wat je vind van deze post. Geef een reactie!